Beleggen versus sparen

Het grote verschil tussen sparen en beleggen zit hem in de verhouding tussen risico en rendement. Vaak wordt gedacht dat sparen geen risico met zich meebrengt en beleggen juist wel. Maar is sparen wel zo veilig als het lijkt? Op deze pagina duiken we dieper in deze vraag en ontdek je alles over het achtste wereldwonder: het rendement-op-rendement effect, bedacht door niemand minder dan Albert Einstein.

Hoe risicoloos is sparen?

Het lijkt misschien aantrekkelijk om geld te sparen omdat het veilig lijkt en je er rente op krijgt. Maar als je goed kijkt, is het eigenlijk niet zo risicoloos als je denkt. Als je je geld op een spaarrekening zet, weet je namelijk zeker dat je door inflatie ieder jaar minder te besteden hebt. Laten we het voorbeeld van een spaarrekening bij een grote bank nemen. Als je daar €5.000 op zet en de bank geeft 2% rente per jaar, dan heb je na een jaar €5.100. Dat lijkt een goede deal, maar als je naar de inflatie kijkt, zie je dat de waarde van je geld in feite is afgenomen. In 2021 was de inflatie 2,80%. Dat betekent dat een auto van €5.000 een jaar later €5.140 kost. Als je €5.100 hebt, heb je nog steeds €40 tekort. In dit voorbeeld hebben we de vermogensbelasting buiten beschouwing gelaten en ervan uitgegaan dat de stijging van de auto gelijk is aan het inflatiepercentage.

Kortom, sparen lijkt misschien veilig, maar het is eigenlijk niet de beste manier om je geld te laten groeien. Door inflatie verliest je geld namelijk waarde.


Wil je meer weten over inflatie en geldcreatie? Lees dan meer op deze pagina.  

Waarom zou je moeten beleggen?

Sparen biedt slechts één zekerheid: je geld wordt sowieso minder waard, waardoor het moeilijk is om vermogen op te bouwen door je spaargeld op een spaarrekening te zetten. Maar hoe kun je dan wel vermogen opbouwen? Is beleggen het antwoord? Beleggen brengt echter het risico met zich mee dat je geld kunt verliezen. Hoewel € 5.000 op een spaarrekening na een jaar € 5.100 waard kan zijn, kan de waarde van je beleggingen ook dalen naar bijvoorbeeld € 2.500, waardoor de helft van je geld in één jaar tijd verloren gaat. Om te kunnen beleggen, moet je weten wat je doet en tijd investeren om het 'spelletje' onder de knie te krijgen. Voordat je begint met beleggen, is het handig om voor jezelf uit te schrijven waarom je wilt beleggen en wat je wilt bereiken. Zo kun je een beleggingsstrategie bepalen. Tot slot heb je enorm veel geduld nodig, want beleggen is niet voor de korte termijn. Je moet je geld minimaal tien jaar kunnen missen.

Als je bereid bent om geld te verliezen, tijd te investeren in het vergaren van kennis en het vaststellen van een strategie, en het geduld hebt om meerdere jaren aan je strategie vast te houden, kunnen er wonderen gebeuren. Albert Einstein noemde dit het achtste wereldwonder: het rendement-op-rendement effect. Laten we eens kijken hoe dat eruit ziet.

Het gemiddelde jaarlijkse rendement op aandelen tussen 1900 en 2020 bedroeg 10,20%. In deze berekening gaan we uit van een gemiddeld jaarlijks rendement van 8%, een beleggingshorizon van 35 jaar, en een maandelijkse inleg van € 50. Na 35 jaar heb je een eindkapitaal van €107.818 bereikt. Als je het geld op een spaarrekening zet met een rente van 2%, heb je na 35 jaar een eindkapitaal van €30.321. Door een rendement van 8% te behalen, heb je dus ruim drie keer zoveel vermogen opgebouwd in 35 jaar tijd. Je hebt €21.000 ingelegd (35 jaar x 12 maanden x €50) en €86.818 rendement gemaakt!